Search
  • Fré

GEWOON EEN LUL

Updated: Apr 5


Misschien vonden ze hem bij de Guardian gewoon een lul, schoot er door m'n hoofd.


Ik was begonnen aan het Volkskrant interview met Joris Luyendijk in het magazine van zaterdag 4 februari, waarin hij voor het eerst zijn theorie van de zeven vinkjes uitlegde.

Al tijdens het lezen van dat interview vond ik enorm twee dingen tegelijk.


1) Wat leuk dat hij zich kwetsbaar durft op te stellen en aan zelfreflectie doet. Waardevol dat hij zijn eigen geprivilegieerde positie onder ogen ziet!

2) Wat vreemd dat hij dit zo bloedserieus gaat zitten ownen en er zo in slaagt om van z’n eigen voorberechte zevenvinkerigheid een slachtofferpositie te maken!


Ik voelde enorme irritatie. Een gevoel dat, bleek in de dagen die volgden, door vele anderen werd gedeeld.

Optredens in de driedimensionale media ( denk het memorabele Buitenhof optreden van de zondag die volgde) bevestigden dit beeld. Mijn ergernis werd alleen maar groter, terwijl ik normaliter juist heel erg kon houden van iemand die zich zo kwetsbaar opstelde. En dat deed hij toch, zou je zeggen? Vertellen dat zijn lippen dun werden in een vergadering? Dat ie onzeker werd? Daar hadden we toch meer behoefte aan? Maar waarom dat slappe slachtofferachtige houdinkje? Moesten we medelijden met hem hebben?

Waarom riep hij niet: “WHAT THE FUCK! AHA! MIJN GOD, NU BEGRIJP IK mijn bevoorrechte positie!!! OOO WAT BALEN zeg als je je altijd zo moet voelen en niet bij de norm hoort! NOU DAAAAAR GAAN WE WAT AAN DOEN DAT ONRECHT!!!! ONGELOOFLIJK DAT IK DAT NU PAS DOORKRIJG!!”


Een houding die Sander Schimmelpenninck en Rutger Bregman juist wel omarmden, waarmee dus ook de vergelijking tussen hen in de dagen die volgden (3 geprivilegieerde mannen die ongelijkheid aan de kaak stellen) volslagen onterecht was.


Want in zijn toon en lichaamstaal was Joris juist het slachtoffer, helemaal ondersteboven van zijn eigen kwetsbaarheid. Een ontdekking die hij vervolgens aan anderen, mensen die dit gevoel al een leven lang met zich mee droegen en hemel en aarde hadden bewogen om hiermee om te gaan, ging uitleggen alsof het zijn hoogstpersoonlijke uitvinding was.

Wat was ik blij de met de doorleefde wijsheid van Neelie Smit Kroes: ‘Wat we nodig hebben is empathie; we hoeven niet alles zelf mee te maken.’

Precies; en zonder empathie is zelfinzicht gewoon een heel klein begin van verandering, and nothing more.

Joris was er nog steeds


van onder de indruk, dat hij zelf ook onzeker kon worden. Sterker nog, hij pronkte ermee. En dat maakte het juist zo klein.

Een duidelijk gevalletje: “Maar genoeg over mij, hoe denk je dat het met mij gaat?"

Ja, in zijn taal sprak hij over Gloria Wekker etc, maar in hoe hij erbij zat werd het helemaal duidelijk.


Hij zette opnieuw zichzelf centraal, en niet de ander.


Dus mijn theorie blijft: ze vonden Joris gewoon een lul, of de droge Britten vonden dat hij te weinig gevoel voor zelfspot had.

In dat laatste hebben ze in ieder geval gelijk.














4 views0 comments

Recent Posts

See All